Mensen in m’n omgeving zullen wel gemerkt hebben dat ik de laatste tijd erg veel Terry Callier luister. Tot vervelens toe bestook ik ze met liedjes en albums. Dat doe ik wel vaker als ik muziek ontdek die veel meer apen zouden moeten luisteren. Terry is namelijk niet zo bekend en dat vind ik een doodzonde. Waarom? Let me explain.
Little Willie come here
And he looked so fine
Talkin’ bout ‘I can have yo’ women, hoss –
But you can’t touch mine
Willie’s gonna lose it in the afterglow
‘Cause there’s a lot about the universe that he don’t know
Do you wanna ride, children
Do you wanna ride?
~ Ride Suit Ride (Intro)
In 1964 al kwam hij met een folkplaat die zijn doorbraak zou moeten zijn (“The New Folk Sound of Terry Callier”, echt zo’n titel die ze alleen toen konden bedenken). Dat het een groot talent is was wel duidelijk maar door gekloot en geneuzel met de producer kwam ‘ie pas in 1967 uit en had het had dus eigenlijk aan momentum verloren. Folk was toen geen folk meer maar folkrock (met dank aan Dylan). Electrische gitaren gierden overal. Blues werd dè shit. Oldskool folk was gewoon niet meer hip.
Vervolgens bracht hij in 1972 (acht jaar later!) een LP uit die gezien wordt als zijn beste werk. ‘Ordinary Joe’ (een ‘verloren’ soulklassieker) was de single en die deed het opzich best prima, maar alleen in de omgeving van Chicago, zijn geboortestad, en daarbuiten nog. Dat hij uit Chicago komt zegt al veel over zijn muziek. Hij is bijvoorbeeld opgegroeid in een buurt waar zo’n andere godheid ook opgroeide: Curtis Mayfield, een jeugdvriend van Terry en zelf verantwoordelijk voor een hele hoop soulklassiekers onder zijn eigen naam maar ook bij The Impressions. Curtis en de hele Chicago soul scene is een belangrijke invloed op zijn werk. Kenmerkend aan die mensen (en de hele zeitgeist als je ‘t mij vraagt) is een algehele positieve en liefdevolle kijk op de wereld. Empathie is een belangrijk sleutelwoord; sociaal-maatschappelijk betrokken (‘Superfly’).
Callier is echter geen Curtis-kloon. Er zit bijvoorbeeld veel folk in zijn muziek. Hij loopt niet voor niets constant met z’n gitaar rond. Ook jazz is een grote invloed op zowel de muziek als de zang. Zijn stem is een soort van relaxede Nina Simone, maar dan een mannelijke, zwaardere variant. Hij doet er veel mee: verhalen vertellen, liefdesliedjes croonen, free soul en full-on jazz zang (scat, swing, etc.). Een nummer op zijn meest recente album heet dan ook: ‘Jazz My Rhythm And Blues’. Zijn teksten en muziek zijn vaak erg spiritueel, met name zijn latere werk. Hij weet moeiteloos een mystieke, hypnotiserende sfeer op te roepen. Z’n liedjes zijn eigenlijk net te emotioneel voor radio playlists, net te jazz voor folkfans, net te folk voor jazzfans, et cetera. Echt succesvol zal hij nooit worden, maar dat betekent wel dat z’n muziek origineel is. Een hybride van jazz, folk en soul. Minstens dertig jaar z’n tijd vooruit.
Hoe hij op zijn muziek is gekomen is voor een groot deel te herleiden tot een ontmoeting tussen Terry en John Coltrane’s muziek:
“I’d heard the stuff Coltrane had done with Miles Davis and his first Atlantic album, so when it was announced that the John Coltrane Quartet would be playing at McKee’s Disc Jockey Lounge on the South Side, I was really excited to see him play. Even though the show was to start at 9:30 pm, I got there by 8 and heard some hammering coming from inside. When I stuck my head inside the door to see what they were fixing, there was Elvin Jones onstage nailing his drum kit to the floor. I thought, “What kind of music is this gonna be?”
Right at 9:30, Coltrane appeared with the band, and with no introduction they just started playing. I’d never seen anyone throw themselves into the music with such intensity. The way they were attacking was really kinda scary. I didn’t know what might happen – to them or me – but eventually I started seeing the good, the bad, the ugly the beautiful, the sacred and the profane in it all. Something palpable was happening. I had to go back for more.
On the last night of their five-night stand, they started into Impressions at around 1:30 am. It felt like everyone in the room knew something special was about to happen. Well, by 3 am they were still playing Impressions and no one was leaving. They were still going further out by 4. When Coltrane went back into the melody at 4:45, the place just went nuts.
It must’ve been after 5 when the show ended, because the sun was rising when the doors opened. People ran out into the street yelling about love, peace and freedom, and I was shouting right along with them. Words can’t describe all that was going through my mind, but I felt like I’d been transformed.”
Zoals ik al met andere woorden zei is het zijn oprechtheid waar ik zoveel respect voor heb. In de jaren ‘70 was soul dè shit. Stevie, Curtis, Marvin, Gil Scott-Heron, allemaal goden die de meest prachtige muziek hebben gemaakt met onwijs veel overtuigingskracht en compassie voor de mensen en de wereld om hen heen. Zulke figuren zijn er gewoon niet meer. Stevie is afgezakt tot een schramel niveau, Curtis en Marvin zijn dood en Gil Scott-Heron is er gewoon mee gekapt. Noem eens iemand die op gelijke hoogte met hun staat, maar nog (of nu) leeft. De jongere soul-generatie heeft wat mij betreft nog geen briljante geesten opgeleverd. Terry is daarom een verademing. Hij hoort wat mij betreft in ‘t rijtje van Stevie, Curtis en Marvin thuis, met als grote verschil dat hij nog leeft, weinig mensen hem kennen en zijn recentere muziek niet veel onderdoet voor zijn jaren ‘70 uitspattingen, waarvan ik overigens wil onderstrepen dat het fucking essentieel is. ‘Occasional Rain‘ (1972), ‘What Color Is Love‘ (1973) en ‘I Just Can’t Help Myself‘ (1975) zijn wat mij betreft vergelijkbaar met de klassieke albums die Stevie in de jaren ’70 achterelkaar uitpoepte, waaronder: ‘Talking Book’ (1972) en ‘Innervisions’ (1973).
Eind jaren ‘70 had ‘ie zelfs nog een hitje: ‘Sign of the Times’. Toch werd hij gedropped door zijn toenmalige label Elektra. Rondkomen van zijn hobby kon dus niet meer en hij had een dochter om op te voeden. De jaren ‘80 heeft hij gespendeerd met werken bij een universiteit als… computerprogrammeur. Je verzint het toch niet man. Stel je voor: Marvin Gaye, filiaalmanager van een supermarkt… Bullshit! Saillant detail is dat zijn toenmalige collega’s helemaal niet wisten dat Terry eigenlijk een muzikant was met een aantal platen op zijn naam. Toen men er uiteindelijk lucht van kreeg is ‘ie op staande voet ontslagen… Don’t ask me why. Mister Callier schreef nog wel muziek, maar ‘t is eigenlijk nergens uitgekomen.
Tot er ineens interesse was voor een liedje wat hij in 1983 had geschreven en in zeer gelimiteerde oplage op vinyl had geperst: ‘I Don’t Want To See Myself (Without You)’. Die interesse kwam vanuit de Engelse acid jazz scene. Een typisch jaren ‘90 fenomeen: een combinatie van electronische dansmuziek en oude soul en jazz. DJ’s (her)ontdekten zijn muziek en gingen het draaien: eerdergenoemde track werd een enorme clubhit in Engeland. Terry’s naam werd dus bekend en hij ging weer vrolijk rondtouren. En waarempel, de aanbiedingen leken niet meer aan te slepen. Helemaal hot en een contract bij Verve Recordings (jep, jazz) resulteerde in ‘Timepeace‘, zijn eerste nieuwe studiomateriaal in bijna 20 jaar.
Dit album werd met open armen ontvangen door critici. Het is dan ook domweg een prachtige plaat met veel jazz invloeden en diepe, emotioneel rijke liedjes als het titelnummer (waarop saxofonist Pharaoh Sanders meespeelt), ‘Lazarus Man’ en ‘Java Sparrow’. Hier is een volwassen Terry te horen, at ease met zijn muziek en inspiratie. Effortless bijna. Een nieuwe periode, die tot heden gekenmerkt werd door een zoektocht naar de juiste producer voor zijn muziek. ‘Timepeace’ was hier en daar net iets te dik aangezet door knoppendraaier Brian Bacchus. Dat geldt ook voor ‘LifeTime’, wat een jaar later al uitkwam. ‘Speak Your Peace’ uit 2002 is een stap verder. Hij werkt hierop samen met Marc Mac, bekend van het nu-soul/breakbeat duo 4hero en Jean-Paul Manick, het brein achter het succesvolle acid jazz project Incognito (remember them?). Een veel moderner geluid is het gevolg. Frappant voor mij is dat ik 4hero al veel langer ken. Ze hebben gewoon hardcore techno, jungle en drum ’n bass gemaakt. En dat gaat dan ineens samenwerken met een soul-opa. En wéér dig ik het. It’s all connected, baby.
En hiermee komen we aan het eind van dit verhaal, waar gelukkig nog geen einde aan zal komen. Vorig jaar kwam ‘Lookin’ Out‘ uit, die ik nog niet heb mogen horen, maar waar snel verandering in komt. Verder kan ik het niet laten om een aantal songteksten van favoriete Terry-nummers hieronder te plaatsen.
Well, what can I say. I’m hooked. I dig soul music. I love Terry Callier.

Lazarus Man (‘Timepeace’, 1998)
I met a young man on the Skeleton Coast
(He was) Out on his feet and pale as a ghost
I asked him his name, he said “Lazarus, man
I’ve come to this country from a far away land”
It seems like a lifetime since I came ashore
Might’a been twelve years, it might’a been more
(But) I’ve seen tribulation and it’s clouded my mind
So I can’t quite remember what I’m tryin’ to find
An’ it’s wind on the ocean and rain on the land
Three drops of water and one grain of sand
I’ll tell you the story as quick as I can
I got nothin’ but time, I’m the Lazarus man
He said, “I woke up one mornin’ feelin’ real strange
By mid-afternoon there was fever and pain
And later that night with some friends at my side
I went off to sleep and I guess that I died
I was stumblin’ and risin’ so I couldn’t quite tell
With one foot in Glory and one foot in Hell
On one side the Garden, on one side the Flame
And I thought I heard someone callin’ my name
Yeah, somebody was sayin’, “Lazarus, arise”
Then I sat up and opened my eyes
I wanted to dance but I didn’t have room
So I threw off the sheets and walked out of the tomb
An’ it’s wind on the ocean and rain on the land
Three drops of water and one grain of sand
I’ll tell you the story as quick as I can
I got nothin’ but time, I’m Lazarus man
Now, I been from Nazareth to High Barbary
And I realize that there’s no rest for me
I’ve been through the desert, I’ve been on the deep
But since he bid me rise, I ain’t been to sleep
An’ it’s wind on the ocean – rain on the land
Three drops of water and one grain of sand
I’ll tell you the story as quick as I can
I got nothin’ but time, I’m the Lazarus man
Java Sparrow (‘Timepeace’, 1998)
Brick and stone make aviary
Blockin’ out the Sun and Sky
Is it really necessary
You need Freedom – so do I
These stone walls are cold and narrow
No place for a Java Sparrow
And just like them – I’m so far from home
If I was a South Sea Island
I would share my sun with you
All the stars on my horizons
Would rise to find their light in you
Shooting star is like an arrow
Faster than a Java Sparrow
And just like them – I’m so far from home
If you see me when you’re sleepin’
That means you’re my guiding light
All my love is in your keepin’
Through the long and lonely night
Love that reaches to the marrow
Warmer than a Java Sparrow
And just like them – I’m so far from home.
Just My Imagination (‘Speak Your Peace’, 2002)
Each day through my window
I watch her as she passes by
I say to myself, I’m such a lucky guy
To have a girl like her
Is really a dream come true
Of all the fellas in the world
She belongs to you
It was just my imagination
Runnin’ away with me
Just my imagination
Runnin’ away with me
Some day we may marry
And raise a family
A house in the country
Two children maybe three
I tell you I can visualise it all
This couldn’t be a dream
Too real it all seems
It was just my imagination
Runnin’ away with me
It as just my imagination
Runnin’ away with me

July 5th, 2009 at 7:53
Thanks for the lyrics for Java Sparrow – beautiful song